Wanneer u de toegangspoort van Huys de Dohm binnengaat bevindt u zich op het voorplein met het linden carree, de muurfonteinen, de groen sculpturen en het beuken prieel. U kunt hier genieten van de rust die alleen groen kan geven om daarna verrast te worden door kleurrijke tuinen die zich achter de eikenhouten poort bevinden.
De Long-garden laat u een verfijnd kleurenpallet zien met purpere en grijs rose rozen omhaagd door taxus in de lijn van de tuinpoort. In het midden bevindt zich een bescheiden waterpartij en dit alles reflecteert het karakter van het kleine kasteeltje uit 1647. Aan het einde bij het terras kunt u naar de volgende tuin kijken : de rozentuin.
De rozentuin is gevuld met oude rozensoorten die eenmalig bloeien. We hebben de korte bloei opgevangen door de rozen te laten omarmen door clematissen die niet van ophouden weten. Het rozenprieel en de buxusbankjes geven sfeer aan deze tuin. Van hieruit ziet u het theeprieel omgeven met witte rozen.
In de witte tuin slingeren taxusguirlandes vanuit de taxusnissen, waarin twee bustes staan, naar de vier taxuszuilen. De ontstane vakken zijn gevuld met een enkelbloeiende witte roos. Vanuit het prieel is het lijnenspel goed te zien en ziet u een doorkijk via de lentelaan naar de blauw-gele tuin. Aan de andere kant is de slingerhaag en bloemenweide. Daar gaat u als eerste naartoe.
De slingerhaag die uitkijkt op de klokketoren vormt het middelpunt van de bloemenweide waarin heemplanten en orchideeen zich thuis voelen. Zorgvuldig kijken brengt u tot steeds meer ontdekkingen. Halfstam appelbomen geven hier de paden aan om u te leiden naar de bostuin die zich achter de klokkentoren bevindt.
De bostuin is weer een heel andere tuin, die in het voorjaar op zijn mooist is als alle bloembolletjes de bodem bedekken. In de zomer is hij overwegend groen en stelen hosta’s en varens samen met de acers de show. Het stroompje naar de paddenpoel geeft een rustgevend geluid. Velen vuursalamanders en padden voelen zich er thuis. Loop rustig langs de vele paden naar de bovenkant en zo komt u in de boomwei.
De boomwei bevat een aantal bijzondere bomen die in de loop der jaren zijn verzameld. De meeste zijn bloeiende bomen die ons bij toerbeurt verrassen. Aan hun voeten staan vaste planten die het niet erg vinden om in juli te worden afgemaaid om ons vervolgens nog eens hun schoonheid te laten zien. Geniet nu van het zicht op de struikenborder (rechts) en het doorzicht naar de oude boomgaard waarin schapen grazen en dankzij de "ha-ha" de boomwei met rust laten. Via het bessenhuis loopt u naar de groente- en kruidentuin.
De groente- en kruidentuin bevat een verzameling van bijzondere lekkernijen. Het hele jaar door fungeert hij als supermarkt voor eetbare groenten en kruiden. Ook hier wordt er gespeeld met kleuren zodat eetbare bloemen het vele groen vrolijk maken. Ieder jaar worden er nieuwe plannen gemaakt want wisselteelt is in deze tuin heel belangrijk. Vooral de decoratieve kolen behoeven deze aandacht. De verrassing komt wanneer u zich omdraait om binnen te gaan door de boog van gele hop naar de vlammentuin.
De vlammen of rode tuin is bijna een secret garden. Hij wordt vaak overgeslagen omdat hij een beetje verborgen ligt. Dat maakt de verbazing dubbel zo groot want hij is wel echt heel spannend; bijzonder in het najaar als andere tuinen langzaam in winterslaap gaan. Door het voorkweken van Dahlia’s en Canna’s lichten wij toch een tipje op van de najaarsexplosie en kunnen we u laten delen in ons enthousiasme voor deze vlammende tuin. Door de beukenboog ziet u de zaai- en pluktuin.
De zaai- en pluktuin is ieder jaar weer anders. Gevuld met bloeiende vaste planten en eenjarigen waarvan we eindeloos boeketten kunnen maken. Ook worden hier de tweejarigen gezaaid om het jaar daarop in de borders geplant te worden. Als trotse heerser staat een mispel in hun midden, omgeven door de vroeg bloeiende irissen. Zo is er al vroeg kleur in deze tuin. Door een smalle doorgang komt in de schaduwtuin.
De schaduw tuin wordt overgenomen door de helleborussen en deze verdringen de van oorsprong geplante pulmonaria's. We vinden het niet erg want ze zijn beeldschoon. De vele zaailingen zorgen voor verrassingen en met de vele bloeiende bolletjes en de boompioenen gaan ze in het voorjaar heel goed samen. Daarna maken ze er met hun groenblijvend blad een groene tuin van. U loopt vanzelf de blauw-gele tuin binnen.
De blauw-gele tuin, het verwilderde zonnetje, bij de voormalige stallen. Hij moest vrolijk zijn en dat is hij. Het koele blauw wordt afgewisseld met het warme geel, kleuren om mee te spelen. Rozen in de borders en tegen de muur van de stallen dragen met hun charme bij aan het kleurenspel, die de losheid van deze tuin kenmerken. Van hieruit kijkt u door naar de lentelaan en naar het tuinprieel. En nu de lente laan.
De lentelaan, de naam zegt het al, is de voorbode van het tuinseizoen. Al vroeg in het voorjaar tot eind april genieten we daar van. Vooral de lagere soorten bloembolletjes vormen een boeiend geheel, bestaande uit bijzondere soorten. Helaas, en hoe kan ook het anders, is de lente laan in de zomer wat triest. Alleen de buxusbollen geven ons de weg aan naar de stille tuin.
De stille tuin wordt gevormd door het buxusmedaillon met in het midden de statige Pope's-urn. Het is ook goed af te sluiten met alleen groen net zoals u op het voorplein bent begonnen, met groene rust.














